|
|
Bekabeling voor telefoon en computer
Bekabeling is
het bloedvatenstelsel van elk electronisch systeem. Voor het contact met de
buitenwereld zijn er
schema’s ontwikkeld die aansluitingen zoveel
mogelijk gestandariseerd moeten maken. Dit is een uitleg over de meest gebruikte
bekabeling.
Kabel
Een kabel
bevat vaak meerdere aders. Hoe meer aders, hoe duurder de kabel. Kabels voor
wat grote installaties zijn zo dik als een vuist en daar kunnen
wel 200 aders door lopen. Kabels voor een PC die een netwerkaansluiting nodig
heeft bevatten vaak acht aders. De simpelste kabels bevatten vier aders (vaak
plat van vorm en daarom flatcable genoemd). Een kabel met minder dan 4 aders
wordt niet voor communicatie gebruikt worden.
Kabels voor telecom en data zitten in 2 x 2 hoofdgroepen. Er zijn Twisted en Non-Twisted kabels, en er zijn Shielded en Un-Shielded kabels. De
beroemde
UTP kabel is voluit geschreven een Unshielded Twisted Pairs kabel. Veel platte
telefoonkabels zijn Non-Twisted en vaak ook Unshielded. Dit is de goedkoopste
kabel die er is. Een twisted kabel
heeft alle adertjes van binnen om elkaar heen gedraaid. De kabel is dan ook
vaak rond van vorm. De aders creeeren, zodra er stroom
door loopt, een zeker magnetisch veld wat invloed heeft op de overige aders.
Door de aders om elkaar heen te draaien liggen de kabels niet overal hetzelfde
in elkaars magnetisch veld en theoretisch gezien heft het de interferentie
op.
Een
UTP kabel bestaat uit acht aders. Deze steeds per twee om elkaar heen gedraaid.
De
aders zijn gekleurd:
oranje, groen, blauw en bruin. Elk aderpaar
bevat een effen gekleurde ader en een ader in die kleur met witte strepen
in de lengterichting van de kabel. In totaal dus acht aders.
Het is van belang
bij het aansluiten de standaard te volgen of in ieder geval er zorg voor
te
dragen dat de aders die als + en – fungeren om elkaar getwist zitten.
Aan het einde
van een kabel zitten aansluitingen, ook wel plugjes of connectoren genoemd.
Twee daarvan
zijn heel belangrijk en komen steeds weer terug. Dat
zijn de RJ-45 en RJ-11. De letters RJ staan voor “Registered Jack”,
wat zoveel betekent als dat de aansluitingen gestandariseerd zijn en bekend
zijn onder de nummers 45 en 11. Beide jacks zijn kleine dopjes die een stukje
over de kabel schuiven. Elk adertje uit de kabel schuift in zijn eigen korte
kabelgootje in de plug. Boven elk gootje zit een metalen mesje dat tot buiten
de jack voert.
Met een speciale knijptang kan men deze mesjes een stukje naar binnen duwen
zodat deze zich vastzetten in de aders. Dit zet de kabel vast en omdat deze
mesjes
stroomgeleidend
zijn vormt de botte bovenkant ook meteen de aansluiting van de kabel op bijvoorbeeld
een 'outlet': het gat in de muur of het apparaat waar de kabel op wordt aangesloten.
RJ-45
RJ-45 gaat uit van acht aders en is dus bij uitstek geschikt voor een UTP kabel.
De RJ-45 zien we dan ook terug bij ISDN en LAN (ethernet) aansluitingen.
De volgorde waarop de aders in de connector zitten bepaalt waar de kabel
voor gebruikt kan worden.
Bij ISDN bijvoorbeeld zitten alle aders 1 op 1 doorgezet (dit vereist een halve
slag in de kabel). De gekleurde draden hebben dan aan beide uiteinden van de
kabel dezelfde volgorde.
Bij een netwerkaansluiting zit er een afwijking in, zoals de onderstaande tabel
laat zien.
EN
50173 (TIA
568B) -
Straight
(van hub/switch naar een PC) |
| Pin |
Kleur |
Verbonden met |
1
2
3
4
5
6
7
8 |
Wit / Oranje
Oranje
Wit / GroenBlauw
Wit / Blauw
Groen
Wit / Bruin
Bruin |
3
6
1
7
8
2
4
5
|
Handigheidje
1: de gestreepte aders zitten altijd op een oneven pin.
Handigheidje 2: de pinnummering gaat altijd van links naar rechts met het
lipje naar onderen gericht en de opening naar u toe. Het is volgens
de Europese EN 50173 standaard overigens niet verplicht deze kleuren aan
te houden. Het enige wat telt is dat de aders onderling op deze manier zijn
verbonden.
Welke kleur een ader is, is niet belangrijk. De Amerikaanse TIA 568 standaard
schrijft wel kleuren voor, deze zijn hierboven in de tabel opgenomen.
Hieronder is
bovenstaande tabel in een schematische weergave verwerkt:
Crosscable
Is bovenstaande aansluiting geschikt om een computer op een hub of switch aan
te sluiten, voor ad-hoc kleine opstellingen is het wel eens handig om twee
computers rechtstreeks op elkaar aan te sluiten. Met bovenstaande kabel zou
dat niet werken. De oranje en groene aders zijn de RX en TX (de overige aders
worden niet aktief gebruikt). Voor een aansluiting tussen twee computers
dienen deze gekruist te worden aangesloten. Het resultaat noemt men dan
een crosscable. Deze kabels zijn kant-en-klaar te koop in de computerwinkels,
of zelf te maken. Let er wel op dat een crosscable per definitie niet te
gebruiken is om een PC op een hub/switch aan te sluiten. Officieel dan. Want, steeds meer switches en andere netwerk apparatuur voor thuis gebruik is in staat het kabeltype te detecteren en intern een draaing te simuleren.
RJ-11/RJ-12
RJ-11 is de aansluiting die we op vrijwel alle huistelefoons en modems
terugvinden. Met ruimte voor maximaal 6 aders is de RJ-11/12 net iets
kleiner dan de
RJ-45. Hoewel het formaat van de aansluiting hetzelfde is, verschilt
de RJ-12
van de RJ-11. De RJ-11 gebruikt van de mogelijke 6 aders er maar 4.
De RJ-12 gebruikt ze alle 6 en vinden we eigenlijk alleen terug bij
specifieke toepassingen die zoveel aders vereisen. Normale analoge
telefonie gebruikt namelijk maar twee aders: demiddelste
twee (pin 4 en 5) en daarvoor voldoet een RJ-11 prima.
Standaard 4-aderige
flatcable gebruikt de kleuren zwart, rood, groen en geel welke ook in die
volgorde moet worden aangesloten. Deze kabel wordt normaal gesproken in
tegenstelling tot ISDN kabel niet ‘gedraaid’,
dat wil zeggen dat de aders aan de andere kant van de kabel in omgekeerde
volgorde aangesloten worden. Als u de kabel voor u houdt en de zwarte ader
onder zit en van links naar rechts loopt, dan zal de zwarte ader aan de
ene connector ‘links’ zitten, aan de andere ‘rechts’.

Voor analoge
telefonie zou een eventuele draaiing niet uitmaken. Dus, uw telefoon thuis
werkt ook als rode en groene ader gekruist zijn aangesloten. Bedrijfscentrales
en andere twee-aderige toestellen zijn soms wel polariteits gevoelig en zullen
niet werken bij een draaiing.
Zoals nu duidelijk
is heeft een RJ-45 meer aders dan een RJ-11/12. De outlet is voorbereid op
het soort plug wat er in moet komen. Een grote plug past niet in een klein
outlet. Andersom past het echter wel, een RJ-11 past bijvoorbeeld best in
een outlet welke voor een RJ-45 bedoeld is. Hij klikt zichzelf probleemloos
vast. Toch wordt dit niet aangeraden. De vorm van de RJ-11 connector is dusdanig
dat de niet gebruikte (dus de
buitenste) pinnen in de RJ-45 outlet te ver naar binnen verbogen worden.
Dit merkt u pas als u op een later
moment een RJ-45 plug in de RJ-45 outlet steekt. De verbogen pinnen in de
outlet maken dan geen contact meer.
RJ-10
De RJ-10 is net iets kleiner dan een RJ-11 en biedt maar ruimte aan maximaal
4 aders. Deze aansluiting treffen we aan op sommige telefoons waar deze
gebruikt wordt om de
hoorn met de telefoon zelf te verbinden. In de hoorn zit dan een klein
rechthoekig plugje, een RJ-10. Soms wordt hier ook een RJ-11 voor gebruikt.
ISDN
ISDN stelt geen hoge eisen aan de kwaliteit van de kabel. CAT 3 is voldoende
en dus is zo'n kabel eenvoudig thuis te maken.
ISDN gebruikt (minimaal) 4-aderig kabel en RJ-45 stekkers. Het gaat om pinnen
3 t/m 6, waarbij 3/6 en 4/5 een paar vormen. De kabel dient
volledig recht te zijn, zodat aan beide kanten de aders op dezelfde pin terecht
komen.
|
|
|